Menu

Staat van de Leraar 2016: Professionaliseren kan effectiever

Veruit de meeste leerkrachten zijn zeer bereid om deel te nemen aan professionalisering en ondernemen zelf al veel op dat gebied. Meestal is er echter sprake van eigen initiatief, zonder afstemming met de doelen van de organisatie. Ook de inzet van tijd en middelen kan beter. Dat concluderen de vijf leraren die, samen met de Onderwijscoöperatie, het rapport ‘De Staat van de Leraar 2016’ hebben opgesteld.

Ruimte voor verbetering

Er valt nog veel te winnen op het gebied van professionalisering in het Nederlandse onderwijs, stellen de auteurs. Effectieve professionalisering is een combinatie van leren op de werkplek, samen leren met collega’s en een deel formeel leren, zo blijkt uit literatuuronderzoek van de auteurs. Toch heeft in 2015 slechts 8 procent van de leerkrachten deelgenomen aan een professionele leergemeenschap of een LeerKRACHT traject. Hier ligt veel ruimte voor verbetering, aldus het rapport.

Twee derde in eigen tijd

Van de 754 ondervraagde leraren noemt 93 procent professionalisering (zeer) belangrijk. De meeste professionaliseringsactiviteiten voeren zij echter uit in eigen tijd, in het primair onderwijs geldt dat zelfs voor 65,5 procent van de gevallen. Dat heeft verschillende nadelen:

  • het budget wordt gefragmenteerd en minder effectief besteed;
  • leerkrachten kunnen het geleerde onvoldoende toepassen in de praktijk en dat kan leiden tot frustratie;
  • de tijd die zij besteden aan professionalisering draagt niet bij aan nieuwe loopbaanmogelijkheden op de eigen school of bij het eigen bestuur, stelt 55 procent van de leraren.

Het rapport ‘De Staat van de Leraar 2016’ is opgesteld door de leraren: Andrea Brouwer (po), Rijan van Geene (so), Coby de Vries (po), Loreen Filemon (mbo) en René Kneyber (vo), samen met de Onderwijscoöperatie.

Download het rapport

Bron: Onderwijscoöperatie
Lees het gehele nieuwsbericht op de website van de Onderwijscoöperatie.

Privacy en cookies. Lees meer.