Menu

Lerarenagenda: Meer samenwerking binnen het onderwijs

Leerkrachten, schoolbesturen en lerarenopleidingen zijn samen verantwoordelijk voor de doorlopende leerlijn van leerkrachten. Door als ketenpartners samen te werken in de regio is een goed afgestemd en persoonlijke ontwikkeling van pabo-student tot ervaren leerkracht mogelijk. Hiervoor is het van belang dat er voldoende kwalitatieve en kwantitatieve instroom is, dat de opleiding aansluit op de begeleiding van starters en dat de continue professionele ontwikkeling wordt gestimuleerd met bij- en nascholing. Hiervoor pleit minister Bussemaker in de derde Voortgangsrapportage Lerarenagenda.

In de voortgangsrapportage die minister Bussemaker op 29 november 2016 aan de Tweede Kamer heeft gestuurd  wordt de voortgang van afspraken op het gebied van de instroom, opleiding, begeleiding en professionalisering van leerkrachten beschreven. Ook zijn de voorgangsindicatoren behorend bij de Lerarenagenda bijgevoegd in de vorm van een dashboard. Download de dashboard op de website van de Rijksoverheid.

Doorlopende leerlijn

Een doorlopende leerlijn start bij de instroom in de lerarenopleiding, waarbij de opleiding overlapt met de begeleiding van startende leerkrachten. Vervolgens kan de begeleiding overgaan in een blijvend proces van professionalisering. Het is van belang dat professionalisering op de werkplek aangevuld wordt met het volgen van bij- en nascholing. Dit biedt leerkrachten vanaf het begin meer houvast als starter en later meer mogelijkheden en perspectief als ervaren leerkracht. De doelen en resultaten van de Lerarenagenda worden door de minister toegelicht aan de hand van acht bijlagen.

Lerarenopleiding

De eisen die gesteld worden aan aankomende leraren zijn verscherpt. Ook wordt er gewerkt aan de kwaliteitsverbetering voor alle lerarenopleidingen. Sinds 2015 zijn na de pabo’s en de ulo’s nu ook de tweedegraads lerarenopleidingen officieel geaccrediteerd. Het is van belang dat de instroom op de lerarenopleidingen verder toeneemt, om aan de vraag voor toekomstige leerkrachten te kunnen voldoen. Dat vraagt om meer routes naar het leraarschap, flexibel onderwijs en aandacht voor de diversiteit van leerkrachten, zodat bijvoorbeeld voldoende mbo’ers en mannen starten aan de pabo.

Begeleiding van starters

Starten in het onderwijs is niet eenvoudig, juist in de eerste jaren vallen veel leraren uit. Ook is het percentage leraren met een burn-out juist onder jonge leraren hoog. De ontwikkeling van startbekwaam naar bekwaam leraarschap gaat beter als er goede begeleiding is met ruimte om te experimenteren, gekoppeld aan de toegang tot kennis en ervaring van collega’s. Hier zijn verschillende programma’s voor uitgewerkt, zoals Junior-leraarschap, Opleiden in de school en Begeleiding startende leraar. De begeleiding neemt toe maar de kwaliteit kan nog verbeterd worden.

Professionalisering

Het meeste leren leerkrachten van elkaar. Om dit te organiseren, is een lerende cultuur en bijpassend personeelsbeleid noodzakelijk. Meer samenwerking in teams en teamontwikkeling vergroot het handelingsvermogen van leraren en kan de structuur en cultuur bieden om continu te blijven ontwikkelen. Leraren kunnen nog meer carrièrepaden geboden worden, bijvoorbeeld richting onderwijsontwikkelaar, begeleider of onderzoeker. Het onderwijs maakt ook steeds meer gebruik van onderzoek. In juni 2016 zijn er drie werkplaatsen Onderwijsonderzoek Primair Onderwijs gestart: in Utrecht, Tilburg en Amsterdam.

Voor alle ontwikkelingen verwijst de voorgangsrapportage naar acht bijlagen, waaronder de Loopbaanmonitor 2016. Deze kan worden gedownload vanaf de website van de Rijksoverheid.

Bron: download de kamerbrief over de lerarenagenda op de website van de Rijksoverheid.

Privacy en cookies. Lees meer.