Menu

Samenwerking in mobiliteitscentrum Voorne-Putten werpt vruchten af

Schoolbesturen die goed willen samenwerken hoeven niet bang te zijn dat ze hun eigen identiteit moeten inleveren. Integendeel, de onderlinge verschillen zijn en blijven juist belangrijke onderscheidende aspecten, zo blijkt uit de ervaringen met het mobiliteitscentrum op Voorne-Putten. Grootste winst: schooldirecteuren hoeven nauwelijks nog tijd te besteden aan vervanging bij ziekte.

In de hele onderwijssector is de vervangingsvraag gemiddeld 8 tot 10 procent, dat gaat onder andere om vervanging bij ziekte, verlof en zwangerschap. Het is voor schoolbesturen geen eenvoudige opgave om daar binnen de huidige wet- en regelgeving goed vorm aan te geven. Samenwerken is steeds vaker een oplossing, mede door de gemeentelijke herindeling en overheidsbeleid is puur lokaal denken en handelen veelal geen optie meer. Hoe pakken ze dat aan op Voorne-Putten? Een gesprek met Maarten Groeneveld, van de Vereniging voor Christelijk Primair Onderwijs VCPO in Spijkenisse, en Alex Oldenburg, van Onderwijsgroep PRIMOvpr, in Hellevoetsluis.

Meer overeenkomsten dan tegenstellingen

Het mobiliteitscentrum is een samenwerkingsverband van vijf schoolbesturen met ongeveer 60 scholen op het eiland Voorne-Putten, sinds kort uitgebreid met enkele scholen in Maassluis. Het idee voor een mobiliteitscentrum ontstond tijdens de eerste ontmoeting van het ‘samenwerkingsverband passend onderwijs’ in oprichting. Daar bleek dat de schoolbesturen, ondanks verschillen in denominatie, meer gemeenschappelijk hadden dan tegenstellingen. Bovendien kenden verschillende schoolbesturen elkaar al van hun bestaande samenwerking op onderdelen, zoals de salarisadministratie.

Samen verantwoordelijk voor kwaliteit

Alle schoolbesturen hebben te maken met dezelfde uitdagingen rondom krimp, cao en de veranderende wetgeving. ‘Door samen te werken wordt het onder meer mogelijk om leerkrachten voor de regio te behouden’, zegt Oldenburg. ‘Het vertrekpunt van de samenwerking is steeds de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs en het welbevinden van de kinderen. Maar ook voor de personele behoeften, om leerkrachten te vinden en binden en wanneer je invallers inzet. Allemaal zaken die je op een relatief grote schaal moet oppakken wil je voldoende voordelen in kwaliteit en financiering behalen.’

Daarbij is van belang dat keuzemogelijkheden voor zowel scholen als invalkrachten blijven bestaan, meent Groeneveld. ‘Voor een goede samenwerking tussen schoolbesturen is het niet nodig om de verschillen weg te poetsen, die zijn juist van belang. Het gaat om wederzijds respect, accepteren dat die verschillen er zijn en ze benutten. De eigen identiteit van scholen staat daarbij hoog op de agenda.’

Collectieve ambitie

De vijf schoolbesturen hebben eerst een collectieve ambitie geformuleerd: samen een invalpool inrichten voor de deelnemende besturen op Voorne-Putten. Groeneveld: ‘Zo’n collectieve ambitie gaat verder dan een wens tot kostenreductie, die is gebaseerd op vertrouwen en biedt meerwaarde boven de praktische samenwerking. Het lijkt eenvoudig om elkaar te vinden op activiteitenniveau, maar daarmee red je het niet. Zodra de activiteit wegvalt, ben je elkaar ook weer kwijt.’

Jonge en oudere leerkrachten

Door hun collectieve ambitie te formuleren, geven de schoolbesturen ook richting aan mogelijke andere vormen van samenwerken. Zij voelen zich samen verantwoordelijk voor de regionale arbeidsmarkt in het primair onderwijs. Een belangrijk nevendoel van het mobiliteitscentrum is om jonge leerkrachten te behouden en te begeleiden.
Maar ook bestaande leerkrachten willen zich verder ontwikkelen. Vaak ervaren zij hun drukke rooster daarbij als een belemmering, in de eerste plaats om bijvoorbeeld een studiedag mee te kunnen maken en vervolgens om de opgedane kennis in te bedden in het lopende onderwijs.
Het mobiliteitscentrum kan professionaliseringsaanbod voor het zittende personeel ontwikkelen. Een dergelijke bijdrage aan de professionalisering van het onderwijs is voor alleen opererende schoolbesturen moeilijker te realiseren.

De eerste stap: vervangingspool

Als eerste stap is de gezamenlijke vervangingspool ingericht. Daarbij was de eerste vraag of de schoolbesturen het mobiliteitscentrum zelf zouden runnen of dat zij de uitvoering beter konden uitbesteden. Vanwege het projectmatige karakter van de werkzaamheden en de vraag om professionaliteit op het gebied van mobiliteit, met een bestaand model en een toegesneden systeem, is gekozen voor een externe partner. Na een aanbestedingsronde met drie offrerende partijen is de opdracht gegund aan Randstad.

Een belangrijke factor om voor Randstad te kiezen was de nabijheid in de regio en het uitgebreide netwerk van de organisatie. Verder had Randstad al expertise opgedaan in het mbo en hbo, was het bureau al goed bekend met de nieuwe wet- en regelgeving, en was de geboden dienstverlening betaalbaar.
Vanwege een griepepidemie was het schooljaar 2014-2015 een ‘tropenjaar’ met een ongekend hoge uitval onder leraren. Maar het mobiliteitscentrum bewees zijn nut: er was voldoende vervanging beschikbaar.

Prestatieafspraken

In de prestatieafspraken met Randstad is opgenomen dat 95 procent van de ziektegevallen wordt vervangen. Door de vervanging op bovenschoolse wijze te organiseren, houden de directeuren meer tijd over voor hun leidinggevende taken en voor de onderwijskwaliteit op hun school. Dat is de grootste winst van het mobiliteitscentrum.
Schooldirecteuren zijn overigens een heel belangrijke factor voor het regionale mobiliteitscentrum, hun betrokkenheid is onmisbaar voor het succes. Als verantwoordelijke voor het loopbaanbeleid en voor het regelen van vervangers zijn zij het eerste aanspreekpunt voor het mobiliteitscentrum.

Begeleiding en professionalisering vervangers

Alle vervangers hebben een (vast of tijdelijk) dienstverband bij een van de vijf schoolbesturen. De scholen willen jonge en/of tijdelijke vervangers aan zich binden door hen werkervaring te bieden en bij te dragen aan hun ontwikkeling. Door dat gezamenlijk te organiseren, kan gerichte aandacht worden besteed aan professionalisering, zodat de vervangers niet achterblijven bij de ‘vaste’ collega’s.

Vervangers worden van school naar school gestuurd, ze ontmoeten niet structureel dezelfde collega’s en hun werkplek is niet ingebed in een school. Daardoor kan de professionalisering in de knel raken en daar wil het mobiliteitscentrum iets aan doen. De volgende stap is dan ook dat twee consulent-begeleiders (afkomstig van de deelnemende besturen) de vervangers gaan ondersteunen. Zij dragen zorg voor de professionalisering en de begeleiding van beginnende leerkrachten in de vervangingspool en het creëren van een hecht netwerk.

Tot slot

‘De subsidieregeling van het Arbeidsmarktplatform PO voor het oprichten van een regionaal mobiliteitscentrum heeft zeker geholpen om de definitieve stap naar samenwerking te zetten’, zegt Oldenburg. ‘Niet alleen de financiële impuls, vooral ook de kennis en expertise van het bureau kwamen goed van pas bij de oprichting. Betrokkenheid van het Arbeidsmarktplatform PO is een meerwaarde en werkt als katalysator.’

Ervaringen uitwisselen tussen regio’s kan zeer waardevol zijn. Schoolbesturen kunnen terecht op de website van het Arbeidsmarktplatform PO en op de website www.sectorplanpo.nl, waar een aparte pagina met veelgestelde vragen is gewijd aan regionale transfercentra.

Privacy en cookies. Lees meer.